Evidence levels TDM

Voer TDM uit zoals in de gerandomiseerde studies. Handhaaf de gevalideerde streefwaarden voor de blootstelling uit de prospectieve studies. 

Achtergrond: er is bewijs uit gerandomiseerde prospectieve studies dat routinematige TDM de bijwerkingen vermindert en/of effectiviteit verbetert. 

Handhaaf de retrospectief vastgestelde afkap-waarden. Als er geen harde afkapwaarde bekend zijn, streef bij lager dan normale spiegels ten minste naar een spiegel binnen de normaal-waarden, of hoger. Gebruik TDM om te onderzoeken of ineffectiviteit kan worden verklaard door te lage blootstelling of toxiciteit verklaard kan worden door te hoge blootstelling. 

Achtergrond: er is bewijs uit retrospectieve studies dat er in de standaarddosering een relatie is tussen blootstelling en effectiviteit.

Overweeg routinematige TDM alleen indien ernstige toxiciteit kan worden voorkomen. Gebruik TDM om te onderzoeken of bijwerkingen kunnen worden verklaard door te hoge blootstelling.

Achtergrond: er is bewijs uit retrospectieve studies dat er in de standaarddosering een relatie is tussen blootstelling en bijwerkingen, maar er is geen bewijs dat blootstelling relateert met effectiviteit.

Voer geen routinematige TDM uit. Overweeg alleen TDM selectief in speciale gevallen uit te voeren, bijvoorbeeld om toxiciteit, ineffectiviteit/therapietrouw of het effect van farmacokinetische interacties te onderzoeken.

Achtergrond: er is (nog) geen bewijs dat er in de standaarddosering een relatie is tussen blootstelling en werking en/of bijwerkingen.

Voer geen TDM uit.

Achtergrond: er is geen informatie over de farmacokinetiek van het middel, er zijn betere parameters dan bloedspiegels om de dosering op te individualiseren of er is bewijs dat TDM niet nuttig is.

R. ter Heine e.a. Nederlands Tijdschrift voor Oncologie. 2015 Nov; 12(7):267-276