Gelre-iLab · Farmacotherapie op maat

Farmaco­genetica

Genetische verschillen kunnen mede verklaren waarom mensen anders reageren op hetzelfde geneesmiddel.

Farmacogenetisch onderzoek helpt om deze verschillen te betrekken bij de keuze en dosering van medicatie.

Conceptuele illustratie van DNA en geneesmiddelen in de kleuren van Gelre-iLab

Van DNA naar geneesmiddelenrespons

Wat onderzoekt farmacogenetica?

Genetische varianten kunnen de activiteit van eiwitten veranderen die betrokken zijn bij de omzetting, het transport of de werking van geneesmiddelen. Een variant heeft niet bij ieder geneesmiddel dezelfde betekenis.

Genotype en fenotype

Het genotype beschrijft de gevonden genetische varianten. Daaruit kan een voorspeld fenotype worden afgeleid, bijvoorbeeld een verminderde activiteit van een bepaald enzym.

Enzymen en andere eiwitten

Bekende voorbeelden zijn CYP2D6, CYP2C19 en CYP2C9. Ook andere eiwitten spelen een rol, zoals DPD, TPMT en de transporter SLCO1B1. Welke varianten relevant zijn, hangt af van het geneesmiddel.

Het aandeel van CYP-enzymen

CYP-enzymen helpen het lichaam geneesmiddelen af te breken. Deze figuur laat zien hoe het aandeel in die afbraak over verschillende CYP-enzymen is verdeeld. CYP3A4/5 is bij de afbraak van veel geneesmiddelen betrokken. Voor een afzonderlijk geneesmiddel kunnen juist andere enzymen, zoals CYP2D6 of CYP2C19, belangrijk zijn. Genetische variatie kan de activiteit van deze enzymen beïnvloeden en daarmee de werking en bijwerkingen van bepaalde geneesmiddelen veranderen.

In de praktijk

Wanneer kan onderzoek zinvol zijn?

Bij een onverwachte reactie

Onderzoek kan worden overwogen bij opvallende bijwerkingen of onvoldoende werkzaamheid, wanneer een genetische verklaring relevant kan zijn voor de behandeling.

Vóór de start van medicatie

Voor bepaalde geneesmiddelen is onderzoek vóór de behandeling aangewezen. Gebruik de beslisboom als ingang en raadpleeg het actuele advies voor de betreffende gen–geneesmiddelcombinatie.

De uitslag begrijpen

Wat betekent het voorspelde fenotype?

Bij geneesmiddelmetaboliserende enzymen worden onder meer onderstaande termen gebruikt. Niet ieder gen kent alle categorieën; de indeling en de vertaalslag vanuit het genotype zijn genspecifiek.

FenotypeVoorspelde enzymactiviteit
Poor metabolizer (PM)Sterk verminderd of afwezig
Intermediate metabolizer (IM)Verminderd
Normal metabolizer (NM)Normaal
Rapid metabolizer (RM)Verhoogd, waar deze categorie wordt onderscheiden
Ultrarapid metabolizer (UM)Sterk verhoogd, volgens de genspecifieke indeling

Hoe kan de concentratie veranderen?

De oranje lijn toont de normale activiteit als referentie. De gestreepte lijn toont het betreffende fenotype, bij eenzelfde dosis van een actief geneesmiddel dat via dit enzym wordt afgebroken.

Vier schematische concentratiecurves: PM en IM tonen hogere concentraties dan normaal, NM komt overeen met normaal en UM toont lagere concentraties.

Schematische illustratie na één dosis, zonder meeteenheden of patiëntgegevens. Tragere afbraak kan tot hogere en langer aanhoudende concentraties leiden; snellere afbraak tot lagere concentraties. De grootte van het effect verschilt per geneesmiddel. Deze figuren gelden niet voor prodrugs en geven geen therapeutische grenzen of doseeradvies weer.

Het effect hangt af van het geneesmiddel

Bij verminderde afbraak kan de blootstelling aan een actief geneesmiddel toenemen. Bij een prodrug die via dat enzym geactiveerd wordt, kan juist minder werkzame stof ontstaan. Een fenotype betekent daarom niet automatisch dat de dosis omhoog of omlaag moet: raadpleeg het specifieke geneesmiddeladvies.

Advies op maat

Vermeld de indicatie en de klinische vraag duidelijk bij de aanvraag. De ziekenhuisapotheker kan de uitslag daarmee voorzien van een gericht advies.

Vastleggen en delen

Leg de uitslag vast voor medicatiebewaking. Deel deze, met de benodigde toestemming van de patiënt, met betrokken zorgverleners. Binnen Gelre werken ziekenhuisapotheek, klinische chemie en moleculaire diagnostiek samen.

Praktische informatie

Onderzoek aanvragen

Kosten en vergoeding

Als indicatie bedragen de kosten circa €85 per onderzocht enzym, exclusief ordertarief. De kosten hangen af van de onderzochte varianten. Vraag het laboratorium naar het actuele tarief. Informeer vooraf bij uw zorgverzekeraar naar vergoeding en eventuele gevolgen voor het eigen risico.

Contact met het laboratorium →

Veelgebruikte begrippen

DNA, gen en allel

DNA bevat erfelijke informatie. Een gen is een deel daarvan; een allel is een variant van een gen.

Ster-annotatie

Voor verschillende farmacogenen worden allelen aangeduid met een ster en een nummer, bijvoorbeeld *1 of *2. Het nummer is een naam, geen rangorde voor activiteit of ernst.

Genotype en voorspeld fenotype

Het genotype beschrijft de genetische uitslag. Het voorspelde fenotype beschrijft de daaruit afgeleide functionele categorie, zoals een verminderde enzymactiviteit.

Meer informatie

Voor achtergrond en actuele geneesmiddeladviezen: Farmacotherapeutisch Kompas – farmacogenetica.

Voor de terminologie: CPIC-consensus over farmacogenetische uitslagen.

← Terug naar Voor professionals