Gelre-iLab · Voor professionals

Analysepakket

Zoek een bepaling en open de bijbehorende informatie over het laboratoriumonderzoek.

Zoek op naam, merknaam of groep, of filter op categorie, matrix en uitvoering. Klik op een kolomkop om te sorteren en op de naam van een bepaling voor meer informatie.

Stabiliteit van het materiaal

Voor de geneesmiddelen is de stabiliteit in primair monstermateriaal adequaat bij de gespecificeerde bewaartemperaturen en bewaartermijnen. Binnen deze voorwaarden heeft de tijd tussen monsterafname en analyse geen invloed op de betrouwbaarheid van de resultaten.

Neem bij vragen of opmerkingen contact op met de ziekenhuisapotheker van het laboratorium.

Contact met het laboratorium →

Bewijsniveaus bij TDM

Aan elke analyse in het kader van Therapeutic Drug Monitoring (TDM) is een bewijsniveau toegevoegd. Dit geeft een indicatie van de waarde van TDM. Hieronder staat een compacte weergave van de bestaande indeling. Open een niveau voor de toelichting.

Bewijsniveau 1 · Prospectief gerandomiseerd bewijs

Routinematige TDM vermindert bijwerkingen en/of verbetert effectiviteit volgens prospectieve gerandomiseerde studies. Pas TDM toe volgens deze studies en handhaaf de daarin gevalideerde streefwaarden voor blootstelling.

Bewijsniveau 2 · Relatie met effectiviteit

Retrospectieve studies tonen bij standaarddosering een relatie tussen blootstelling en effectiviteit. Gebruik retrospectieve afkapwaarden. Ontbreken harde grenzen, streef bij lage spiegels ten minste naar normale waarden of hoger. Onderzoek of lage blootstelling ineffectiviteit of hoge blootstelling toxiciteit verklaart.

Bewijsniveau 3 · Relatie met bijwerkingen

Retrospectief bewijs koppelt blootstelling bij standaarddosering aan bijwerkingen, niet aan effectiviteit. Overweeg routinematige TDM uitsluitend ter voorkoming van ernstige toxiciteit; onderzoek of hoge blootstelling bijwerkingen verklaart.

Bewijsniveau 4 · Selectieve toepassing

Een relatie tussen blootstelling bij standaarddosering en werking of bijwerkingen is niet aangetoond. Geen routinematige TDM; overweeg selectieve toepassing bij toxiciteit, ineffectiviteit/therapietrouw of farmacokinetische interacties.

Bewijsniveau 5 · Geen TDM

Voer geen TDM uit: farmacokinetische informatie ontbreekt, betere parameters voor dosisindividualisatie bestaan, of bewijs toont dat TDM niet nuttig is.

Bron van de bestaande indeling: R. ter Heine e.a., Nederlands Tijdschrift voor Oncologie, november 2015; 12(7):267–276.